Verhaal

Graads Bruuns

Monnik en bedelaar

In onze kinderjaren zwierven door het Sallandse figuren rond die onlosmakelijk  verbonden waren  met het platteland. Niet dat het altijd geziene gasten waren, maar onder elk volk had je goede en waar minder roem over bekend was.   

Zo slenterde er iemand rond waar toch menigeen mee te doen had. Hij leek  niet op  een landloper,  nochtans straalde hij iets uit als een  'prediker in de wildernis'. Een enkeling wist van de hoed en de rand:

“Jao, waor zien wiege had e staone. De olde luu woln dat e veur priester leer’n, um later een goed plekkie veur va en moe in n émel te verdien. Oonse Graads, zo wön e nuumd in de buurte, zag de riekdom van Rome dat elke zundag e spekt wön in de offerblokken in’t Godshuus van ons dorp."

Stiekem graaide hij in de centen, stuivers, dubbeltjes en een enkele gulden van beter gesitueerden die Jan Boezeroen als medegelovige amper een blik waardig  keurden. Onder toeziend oog van de pastoor  werden gemerkte geldstukjes als bewijs gebruikt die bij het ledigen van het blok waren verdwenen. Op heterdaad werd Graads Bruuns betrapt door Sneuink de veldwachter samen met de pastoor, toen hij met ijzerzaag gewapend zijn slag sloeg. Officier van justitie mr. W.A. Vos vroeg ontslag van rechtsvervolging  en opname voor de tijd een jaar in een krankzinnigengesticht.

Gekleed in niet te beschrijven kledij, het midden houdend tussen een monnikspij en werkmanskleding, maar vooral daar dit hem ingegeven werd door de Hoogste, zo beweerde hij. Bovengenoemde straf werd hem op 30 Juli 1937 opgelegd.      

i.o. H.W.L.

Henk Huisman

bron: Dalfser Courant

 

     

Reacties