Verhaal

Inferno in Lemelerveld

Na vijf jaren door een naziregiem onderdrukt te weten dat zich het herrenvolk noemde, werd met ongekende vreugde de invasie van het lang verwachte bevrijdingsleger verwelkomd. Eindelijk vrijheid na vijf jaren onderworpen te zijn aan een regiem dat wij nu onze handelspartner noemen, onze vrienden aan een altijd geopende achterdeur.

Legereenheden uit het vrije westen die na de capitulatie van de zo gehate Wehrmacht in afwachting waren van hun repatriëring naar hun thuisland, werd onderdak geboden in grote legertenten. 

In ons dorp was een dergelijk kampement te vinden aan de zuidkant waar nu de Schoolstraat is gesitueerd. Achter het pand van textielwinkel Kleinmeulman en de woning van Kobus en Katrien. Dit stuk weiland was eens het eigendom van veehandel Neppelenbroek. Nu Christinastraat en Alexanderstraat met bekende gebouwen als H. Hartschool en Mortuarium. Een groot deel van wat tot hun legeropslag diende lag daar onder een groot zeil beschut tegen weersinvloeden en nieuwsgierige blikken van onbevoegden. Radioapparatuur voor legerverbindingen, accu’s, verlichting, hulpmiddelen voor gewondenverzorging, geweren en revolvers met bijbehorende munitie, maar dit van een totale andere orde… Voor het dagelijks welzijn stond een grote houten barak op de oude spoorbaan tot hun beschikking dat diende als keuken, ontspanning, film en kerkzaal.      

Een bloeiende ruilhandel ontstond hier tussen militairen en burgerij in de vorm van eieren, uien en melk voor sigaretten en chocola.

In de Oprechte Dalfser Courant van 14 December 1945 verscheen over de afbraak van deze barak dit bericht:

Tevens vertrokken diverse plaatselijke oorlogsbruiden met hun geliefden naar een ver en vreemd land.

 

Een legerbulldozer groef een sleuf voor de enorme hoeveelheid bitumen die diende als dakbedekking voor dit gebouw. Grote vraag was echter wie hiervoor de verantwoording droeg?  Enkele opgeschoten pubers waarvan hun gezicht niets anders dan een brave inborst uitstraalde wisten deze keer het avontuur niet te verloochenen: een mix van droge bunte en brandglas veroorzaakte een niet te blussen vuurzee. Het toch al niet te grote dorp leek geheel van de aardbodem verdwenen door een zwarte ondoorzichtbare stinkende rook die met wanhopige pogingen door tientallen inwoners werd bestreden.                                                              

In de ogen van de twee aanstichters was het zo maar onbeheerd achterlaten van dit asfalt vragen om problemen en een verzoeking het in vlammen op te zien gaan. Angstig verborgen beide pyromanen zich achter een grote grafsteen op de katholieke begraafplaats. Op deze gewijde aarde keken ze naar de pogingen van de woeste dorpsgenoten om het vuur te doven, dat al heviger werd naarmate men sloeg.  Van hun generatie vonden velen een laatste rustplaats, op het kerkhof waar wij in panische angst een schuilplaats zochten. Op de plaats waar eens het inferno woedde, raast nu het verkeer langs ons dorp over de toen oude spoorbaan.       

i.o. Historische Werkgroep Lemelerveld

3 Augustus 2016

H. Huisman

                                                                                                                                       

Reacties