Verhaal

Onze dorpsbrug

Brug uit onze jeugd, een bekende hangplek van het jonge volk in de lange zomerse avonduren, van daaruit vertrok menig verliefd stel richting de zo geliefde plekjes. Zo er waren: het pakhuis van Schaapman, de paardestal achter de Coôpwinkel, de 'tip van Neppelenbroek' even ten noorden van het medisch centrum. De wat jongeren moesten het doen met een verlegen en wat verliefd praatje met een door velen van ons geliefd winkelmeisje, genaamd Henny. Hoe vaak werd ze niet door ons als verlegen pubers bij de brug opgewacht met niet anders te bieden dan een handvol pinda`s die we van huis meekregen. Haar gevleugelde uitspraak klinkt na al die  jaren  in onze oren door: 'Ik wil gin jong van ’t febriek, sie wilt aans niks as apenötties fretten bie de brugge.'

Hangplek voor de generatie van toen en uitvalbasis naar de 'vlinders-in-de-buik-plekken' waar ontembare hormonen openlijk hoogtij vierden. Trekken aan de ketting overbodig daar Ellenbroek de brug op en neer kon laten door middel van een heugel die met een slinger werd bediend. Wisten wij veel wat voor toekomst de Ellenbroeksbrug zou staan te wachten om enkele jaren later geen gelegenheid meer te  krijgen om aan de kettingen te hangen om de brug op te halen, een boze droom. Hoe we een hengel met een klompje eraan de schipper voorhielden om zijn aandeel in bruggeld te voldoen en vervolgens hem na te zwaaien. In onze herinnering zien we ze voorbij varen, de Eendracht, Hoop op zegen, Jantina, de Toekomst, Eben-Haëzer, enz. Scheepjes met een zeil, afgeladen met turf,  getrokken door het schippersechtpaar -of door één van beiden-  over de kanaaldijk als er geen wind in de zeilen blies. In het dorp werd turf aan de man of vrouw gebracht, netjes met een handkar bij huis afgeleverd, zachte en harde turf, genoemd 'het bruine goud'.

Kerkgangers passeren datgene van de brug dat nog  resteert.

Helaas eiste de oorlog zijn tol; in de nacht  van negen op tien april meende het  Duitse bezettings leger onze brug op te moeten blazen om de Canadezen een doortocht  te blokkeren. Hoe naïef moet de Duitse leger leiding zijn geweest om te kunnen veronderstellen dat deze barbaarse maatregel het verloop van de oorlog zou beïnvloeden. Afschuw voor het barbarisme van onze  oosterburen was het resultaat voor generaties na ons.

Lang treuren om al hetgeen wat gebeurde was niet aan de orde. Al gauw werd een noodbrug gelegd door het personeel van de NIJL om noord en zuid te herenigen. Links café Reimink, bakkerij Timmerman  en nog zichtbaar het spoorhuis waar de familie Herbrink woonde. De gemeenten Ommen en Dalfsen wisten spoed te zetten om deze overgang te realiseren.

In de Oprechte Dalfser Courant vonden wij deze ingezonden mededelingen:

De benaming is ten onrechte daar de familie Legebeke de brug bediende.

H. Huisman

 

Bronnen over de geschiedenis van deze kanalen en bruggen:

J. Vlietstra: 
Dalmsholt; verhalen uit een verstild verleden 1850-1930
Lemelerveld; een bijzonder dorp in het hart van Overijssel 1915-1940

H. Huisman:
De dagen onzer jaren; dorp in Salland, 2009
Lemelerveld in oude ansichten, uitgave 1983 en uitgave 1988

 

Reacties