Verhaal

van Veen's Gloria

                               van Veen’s Gloria

De zon heeft in deze laatste maand van het jaar niet zoveel meer in te brengen en duikt met een  kop als vuur op een ijle wolk achter de horizon omdat het jaar niet zo jong meer is.

Diep bevroren karresporen door de heide verraden menselijke activiteiten in dit zo desolate landschap  door bewoners in het ver verleden -de bulderhoek- genoemd. Veel mensenkinderen beleven onzalige voorgevoelens in het mistroostig seizoen, oude verhalen werden in het 'tweeduuster' nieuw leven in geblazen. In deze eenzaamheid woonde de vrijgezelle schaapherder oud en der dagen zat in  een vervallen boerderijtje  met twee koeien en zijn hond. Vertrouwde geluiden rond zijn vervallen onderkomen  boezemden hem ontzag in voor het ongrijpbaar en bovennatuurlijk  gebeuren waarmee verre voorgeslachten het leven aanvaarden.

Uit het Drents veengebied waren ze gekomen als het ware ontvlucht uit een vreselijk oord waar men trachtte  te overleven zonder  toekomstperspectief of hulp van wie dan ook. Dirk - -zo noemde hij zichzelf- kende geen familienaam, zijn ouders waren al lang uit de tijd, in het veen waren ze naamloos begraven, vader aan een verkeerde ziekte en moeder aan een miskraam overleden in een vunzige plaggenhut. Als kind leerde hij Anna kennen, grootgebracht bij  wildvreemden in het veen, haar ouders waren aan ellende en drank bezweken. Zwervend en bedelend trokken ze als vagebonden van deur tot deur om wat eten en onderdak met tot op de draad versleten kleren om hun vermagerde lichaam. Bij een achterdochtige schaapherder in onze contreien vonden beide veiligheid en warmte in zijn vervallen onderkomen, waar hij blijk gaf herder te zijn ook voor verdwaalde menselijke schapen.

Maar het harde buitenleven eiste op den duur zijn tol van de goede barmhartige Samaritaan en hij verwisselde het aardse voor het eeuwige.  De dorpspastoor –als enige vertrouweling- begeleidde de overledene met passende woorden naar zijn laatste rustplaats en nam het Drents veenpaar onder zijn hoede. Het probleem echter, onder welke naam….. Als door een Hemelse ingeving schreef de zieleherder met dankbaarheid in sierlijke letters in het parochiebestand: ingekomen het paar Dirk Hein van Veen – Gloria in het jaar onzes Heeren 1887.        

Geruisloos is de zon toch gevallen op een wolk achter moeder aarde, rikpalen staan als reuzen in de kruipnevel langs een slootrand als schrillige figuren wakende over landerijen in het Sallandse.    

Over het jaagpad langs het kanaal lopen wandelaars, hun figuren doen denken aan Jozef en Maria en hun hond schaduwvormen vertoond als een ezel, op zoek naar onderdak voor de komende nacht.   

Mystiek galmen bronzen stemmen uit de toren van de dorpskerk op deze stille kerstavond, de organist laat zijn orgel jubelen als een machtig koor van engelen. Gloria in Exelsis Deo galmt als een niet te beheersen echo door de hoge gewelven, als  gelovigen onder de indruk de kerk verlaten en klokken het nachtelijk uur aankondigen, blijven de verhalen over ons dorp aan de voet van de Lemelerberg.

Verhalen van u en ons, van Gloria en Kerstfeest.

i.o. Historische Werkgroep Lemelerveld

H.Huisman.

Reacties