Verhaal

Wenskaarten

                                                        Wenskaarten

Terwijl het doodzieke jaar zijn laatste dagen meezeult, valt er bij ons mensen een gevoel van vredige berusting waar te nemen. December, een maand vol achteromzien, wat verwacht maar niet uitkwam, werkloos met nog steeds zonder fatsoenlijk inkomen met het gevolg "armoe kom bin en verdriet gaot erbie zitten". Maar toch in ons dorp puilen etalages uit om het koopgrage publiek uit te nodigen zoveel mogelijk in te slaan nu de tijd het heel voorzichtig toelaat meer te kunnen doen dan kennissen en buren, die sinds jaar en dag leven van een uitkering. Kunnen mensen die vervreemd zijn van hun verleden nog wel een toekomst hebben, onze regeringsbonzen verkopen hun praatjes over herstel van economie terwijl werkeloosheid de boventoon voert. Laten we toch vooral iets voor die anderen betekenen en uiteraard voor ons zelf, we zijn  toch de beroerdsten niet. Passanten op straat groeten elkaar solidair en glimlachen als engeltjes in de kerst- boom; er schijnt toch iets tastbaars te zijn van medemenselijkheid tot en met de tweede kerstdag. Een leger zielvorsers heeft zich over dit telkens weerkerend verschijnsel het hoofd gebroken, het éne na het andere proefschrift te water gelaten. Veel studies werden gewrocht naar wenskaarten die wij elkaar doen toekomen met heil- en zegenwensen. Oom Arie, die aan de rand van de  familiekring leeft, is goed voor een neutrale zonder goede wensen, och hij moet het maar bekijken. Een mooie kaart met gouden opdruk en hulst met rode bessen voor tante Alie. Eén der jongsten - van vaderskant - is ze al niet meer en ze heeft al vaak laten weten haar goed renderende zaak van de hand te willen doen. Haar oude dag wilde ze slijten ergens in het dorp, maar toch met familie bij de hand mocht het nodig zijn. Ja, in de familie is ze gezien, tientallen wens- kaarten van kinderen en kleinkinderen mocht  ze ontvangen. In allerlei toonaarden goede wensen voor de toekomst. Klanten lieten haar weten nog veel gezonde jaren toe te wensen. De dominee werd bedolven onder “Gezegende Feestdagen”, terwijl de brievenbus van meneer pastoor zich te goed deed aan een “Zalig Kerst- feest en Gelukkig Nieuwjaar”. Veel werkgevers werden verblijd met keurig verpakte kaartjes voorzien van persoonlijke ontboezemingen die in fraaie letters op papier zijn gezet. Neef Guus en tante Nel zijn goed voor een kaart waarop een klok met nog resterende minuten, geflankeerd met glaasjes, terwijl oom Guus kleine glaasjes niet luchten of zien kan. Zo wordt ieder op waarde geschat naar gelang het opschrift en uitvoering van onze wenskaarten. Bij het scheiden van het jaar is het een prachtig en nobel gebaar elkaar goede kerst te wensen, omdat voor ons het Licht schijnt, ook in het hele nieuwe jaar.

i.o. Historische Werkgroep Lemelerveld.

             H. Huisman  

Reacties